Hoe werkbaar is ons werk vandaag de dag? Sinds 2004 wordt de werkbaarheid van het werk elke drie jaar gemeten, en bij sinds enkele metingen bleek het percentage rond de 50% te schommelen met een licht stijgende tendens.
Wanneer het werk voor 50% van de werknemers werkbaar is, betekent dit helaas ook dat het voor de andere 50% niet (meer) werkbaar is. Dit leidt vaak tot klachten. Deze klachten kunnen zich uiten in demotivatie of gezondheidsproblemen zoals slaapproblemen, hart- en vaatziekten, rugklachten, burn-out, of zelfs angststoornissen en depressie.
Het aantal langdurig zieken is de afgelopen jaren gestaag gestegen, en de overheid heeft inmiddels besloten dat langdurig zieken sneller weer aan de slag moeten. Maar hoe pakken we dit aan?
Werkgerelateerde stress verdwijnt natuurlijk niet zomaar. De verandering moet vaak vooral van de zieke persoon zelf komen, omdat de werkomgeving in veel gevallen niet verandert. Dit is een belangrijk probleem, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.
Wat kan ik zelf doen om mijn stressniveau te verminderen?
Een belangrijke eerste stap is je bewust worden van de stress die je ervaart. Veel mensen realiseren zich dit pas wanneer de arts hen vertelt dat ze stresssymptomen vertonen.
Hoe meer we ons bewust worden van onze reacties, want uiteindelijk zijn stressreacties gewoon reacties, hoe meer we kunnen leren om anders te reageren.
Stress is een reactie van ons oerbrein, en is bedoeld om ons te beschermen tegen levensbedreigende situaties. In een stressvolle situatie maakt ons lichaam adrenaline en cortisol aan, die ons in staat stellen snel te reageren. Veel mensen kennen de drie klassieke stressreacties, de “3 F’s” – fight, flight, freeze – oftewel vechten, vluchten of bevriezen. Emotioneel kunnen we boos worden, de controle verliezen of angstig worden. Maar aangezien cortisol op de lange termijn schadelijk is voor ons lichaam, kunnen we door stress ook verschillende ziektebeelden ontwikkelen.
Als we echter het oorspronkelijke doel van stress weer in herinnering roepen – ons beschermen tegen levensbedreigende situaties – dan merken we dat onze stressreacties meestal niet optreden in gevaarlijke situaties, maar door deadlines, files, te veel werk, onlogische processen of onvriendelijke collega’s, bazen of klanten. Deze situaties zijn misschien vervelend, maar ze zijn niet levensbedreigend. Ons brein interpreteert de situatie verkeerd.
Hoe slim ons brein ook is, het kan geen verschil maken tussen een echte bedreiging en een ingebeelde. Dit geldt voor zowel negatieve als positieve situaties.
Waarom is dat zo?
Dit komt door de onmiskenbare verbinding tussen onze gedachten, gevoelens en gedrag. Deze drie elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als ik negatieve gedachten heb over een situatie, zal ik me ook slecht voelen en mijn gedrag zal daaruit voortkomen.
Als ik echter positieve gedachten heb, zal ik me beter voelen en constructiever reageren.
Het lastige is dat ik in een stresssituatie vaak geen toegang heb tot mijn prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat ons helpt om oplossingsgericht te denken, empathie te tonen, creatief te zijn en kalm te blijven. Zolang mijn oerbrein geactiveerd is, kan ik mijn prefrontale cortex niet goed gebruiken. Met andere woorden: zolang ik onder stress sta, ga ik geen echte oplossing vinden.
Hoe kom ik dan uit mijn stresssituatie?
Uit een echte stresssituatie komen we wanneer de bedreiging verdwijnt. Stel je voor: je loopt over straat en ziet een auto die op je afkomt. Je reageert direct en loopt sneller om niet overreden te worden. Zodra je veilig aan de overkant bent, vertraagt je hartslag en ademhaling en ga je verder. Dit is een typisch voorbeeld van een vluchtstressreactie.
Interessant is dat jonge kinderen en dieren in vergelijkbare situaties vaak niet wegrennen, maar bevriezen. Dit is de eerste vorm van stress die zich in de natuur heeft ontwikkeld: de bevriezingsreactie.
Het probleem bij “onrealistische” stress is echter dat we de stress vaak in stand houden door onze gedachten. We blijven malen in ons hoofd, piekeren of onbewust blijven dromen van de situatie. Daardoor blijft het stressmechanisme actief.
Misschien denk je nu: “Dat piekeren kan ik niet stoppen, het blijft maar komen…” Dat klopt, maar je kunt leren er anders mee om te gaan. Het begint met het bewust worden van je eigen valkuilen.
Wat kun je doen?
Het draait om het doorbreken en herprogrammeren van denkpatronen. Dit vraagt tijd en energie, maar wanneer we naar het neuronale proces kijken, moeten we nieuwe verbindingen leggen naar de prefrontale cortex. Dit is een leerproces.
Elke lange reis begint met een eerste stap:
- Wanneer je merkt dat je emoties je overnemen (boosheid, verdriet, angst…), stel jezelf dan de vraag: “Wat is er hier eigenlijk met mij aan de hand? Waarop reageer ik? Waarom reageer ik zo? Wat gebeurt er in mijn lichaam (hartkloppingen, spierspanning, buikpijn, korte ademhaling…)?”. Dit is een eerste STOP-knop die je helpt uit je oerbrein te komen.
- Er is altijd een korte tijdspanne tussen stimulus en reactie die je de keuze geeft. De oorzaak van mijn reactie ligt niet in wat de ander zegt of doet, maar in wat het bij mij teweegbrengt. Stel jezelf de vraag: “Hoe kan ik hier anders op reageren? Hoe kan ik anders denken over deze situatie? Brengt mijn manier van denken me het gewenste resultaat? Zo niet, hoe kan ik dat resultaat wel bereiken?”
- Uiteindelijk leer je niet vanuit je emoties te handelen, maar probeer je de situatie in een breder perspectief te plaatsen. De 10-10-10-regel kan hierbij helpen: hoe erg zal mijn situatie nog zijn over 10 minuten, 10 maanden, 10 jaar? Meestal realiseren we ons dan dat we van een mug een olifant maken.
Als het je nog steeds niet lukt om het piekeren te stoppen of je gedachten in een positieve richting te krijgen, neem dan contact met mij op. Ik help je graag verder.
De meeste stresssituaties op het werk hebben eigenlijk geen echte reden van bestaan. Jij bent degene die je eigen stress anders kan aanpakken.
We zijn er niet voor verantwoordelijk wat anderen ons aandoen, maar we zijn wel verantwoordelijk voor hoe we erop reageren en ermee omgaan.

